105. Deelgenotencontact: ooit juist de basis van psychiatrische centra!

Deelgenotencontact: ooit juist de basis van psychiatrische centra!

Tijdens mijn onderzoek naar dit onderwerp kom ik het volgende bizarre stuk tegen:

Uit [Milieu therapie, C. Janzing, L. Lansen, 2e druk, 1993]:

“Tijdens en na de tweede wereldoorlog vonden op twee plaatsen in Engeland ontwikkelingen plaats die de wortels vormen voor de huidige therapeutische en psychotherapeutische gemeenschap: Het Maudsley Hospital met Maxwell Jones en de Tavistock Clinic met W.R. Bion.

Jones stond voor de taak met minimale stafbezetting een groot aantal militairen met het zogenaamde ‘effortsyndrome’ (een vorm van functionele hartpijn samenhangend met spanningen aan het front) te behandelen. Zijn pragmatische behandeling bestond uit het vervangen van de traditionele individuele behandeling bij een psychiater door zelfbehandeling, met behulp van lotgenoten in een groep: “… omdat we voor een eenheid stonden van 100 man met allemaal hetzelfde syndroom leek dat van ons te vragen dat we hun problemen met alle 100 tegelijk bespraken” (Jones, 1979). Deze ‘college-vorm’ ging over in een open dialoog, waarin aanvankelijk de achtergrond van de psychosomatische symptomen werd besproken. Later kwamen ook zaken aan de orde die te maken hadden met samenwonen en samenwerken binnen het ziekenhuis. Daarmee was de ‘patiënt-stafff-meeting’ een feit. Binnen de ‘Military Neuroses Unit’ te Hill, waar Jones na zijn Mausdsley-periode werkte, kreeg het concept van de therapeutische gemeenschap vorm.

In het Northfield Hospital werkten medewerkers van de Tavistock Clinic. W. R. Bion, psychoanalyticus, adviseerde dit militaire hospitaal bij de opvang en behandeling van militairen met het zogenaamde ‘shell-shock’ en andere psychische trauma’s ten gevolge van oorlogshandelingen. In het eerste hoofdstuk van zijn boek ‘Experiences in Groups’ beschrijft hij zijn wijze van werken aldaar. Hij ging uit van het idee, dat de afdeling een groep is met onbewuste relaties tussen de leden ervan. Deze onbewuste relaties bepaalden de verhouding met de rest van het ziekenhuis, de militaire autoriteiten en de problemen die daarmee samenhingen. Bion liet de afdelingsgroep zelf deze problemen doorwerken, met tolerantie en permissie voor regressieve situaties. Dit laatste was een doorn in het oog van de autoriteiten van dit zogenaamde ‘eerste Northfield experiment’ (Stuart Whitley en Gordon, 1979) en stierf een snelle dood.”

“Wauw!”, denk ik. In dit boek staat een bewijs dat lotgenoten contact misschien wel het meest heilzame element in herstel is. Helaas… de rest van het boek ging over ingewikkelde typologieën. Wat in de inleiding zo hoopvol aangesneden werd, en als basis van het fenomeen ‘milieu therapie’: lees patiënten bij elkaar in een groep laten zijn, werd vervolgens totaal miskend. Dit is compleet in lijn met mijn ervaring, en de ervaring van nagenoeg alle ervaringsdeskundigen die ik spreek.

Ik heb geluk gehad. De wijsheid voor mijn herstel is mij na mijn suïcide aangereikt: Dankzij inspiratie en intuïtie en logisch nadenken. Maar vooral niet door het psychiatrisch systeem, niet door de psychiaters, verplegers of therapeuten.

Die wilden mij het moeras weer intrekken. En ik heb mijn deelgenotencontact zelf gecreëerd. Met behulp van mijn sociale vaardigheden. En mijn vuur, mijn doorzettingskracht en eigenwijsheid. En mijn intuïtie waardoor ik voelde bij wie ik steun kon verwachten. De GGZ heeft er absoluut niets aan bijgedragen. Zoals aangegeven, het werd juist tegengewerkt. Ik heb geluk gehad.

Mijn eigen wijsheid heb ik opgeschreven in dit boek…

Ik denk dat ik inmiddels weet waarom het zo werkt. Omdat het psychiatrisch systeem bij de GGZ voelt dat het fout zit. Het verbaast me niet dat bij de GGZ deelgenotencontact tussen patiënten niet op prijs wordt gesteld. Stel je voor dat blijkt dat drie lotgenoten elkaar beter maken, wat valt er dan nog aan eer voor de therapeut te behalen? In mijn ogen heel veel eer, als hij zich dienstbaar opstelt en zich ertoe beperkt de gesprekken tussen de patiënten / lotgenoten te begeleiden. “Het” gewoon laat gebeuren. Een katalysator wordt voor het helend vermogen dat van nature tussen mensen bestaat.

Op weg naar een nieuwe heelkunde… Een waarin lotgenotencontact de nodige faciliteiten wordt geboden. Er zijn hoopvolle ontwikkelingen. Er bestaat nu een opleiding speciaal voor ervaringsdeskundigen. Dat is mooi. Helaas worden daar wel opvattingen over depressie bijgebracht die -mijns inziens- niet kloppen. En ik vrees dat de vrijheid van de ervaringsdeskundigen wel eens ernstig beknot zou kunnen worden door het systeem: de psychiater en therapeut weet hoe het zit, en de ervaringsdeskundige krijgt een ondergeschikte rol in het geheel.

Ik stel een volledige gelijkwaardigheid voor in de twee categorieën: De heler-genezer, wijs geworden door studie en kennis, en de heler-genezer, wijs geworden door ervaring. Ik denk zelfs dat de laatstgenoemde categorie, als zij zich ook de kennis over de geneeskunst eigen maken, de meest krachtige genezers zullen worden van onze samenleving, en dan ook als zodanig gewaardeerd moeten worden.

Noot: zoals reeds in de inleiding benoemd spreek ik liever over ‘deelgenotencontact’ dan ‘lotgenotencontact’.

 
Mededeling web-beheer:  Op dit moment wordt het online lezen platform bijgewerkt zodat het aansluit bij de 3e druk (geheel gereviseerd per december 2017). Ik verwacht dat dit in de loop van 2018 gaat plaatsvinden. U kunt via het eBoek bestelformulier deze versie al wel verkrijgen. Of u kunt de fysieke variant bestellen via www.boekenroute.nl Met vriendelijke groet, Iwanjka Geerdink
Cover Diagnose Levensklem, terug naar Leven, een aanzet tot het ontwerp van een GGZ2.0 en RemedieRaamwerk
Cover Diagnose Levensklem, terug naar Leven, een aanzet tot het ontwerp van een GGZ2.0 en RemedieRaamwerk
Je kunt het het boek  geheel hier online lezen - naar het 1e hoofdstuk. Opmerking bij de online versie: De voetnoten zijn nog niet geconverteerd (links werken niet), en nog niet alle figuren zijn geplaatst.   Vragen, opmerkingen: iwanjka@gmail.com